Schiet- en Veiligheidsreglement

Schiet- en Veiligheidsreglement
Artikel 1, GRONDREGEL.
1. Ieder lid van de vereniging dient er te allen tijde van doordrongen te zijn, dat verantwoordelijkheidsbesef de grondslag is van alle wapengebruik.
Artikel 2, KENNIS EN KUNDE.
1. Het is verboden van een schietwapen gebruik te maken, behalve onder de onmiddellijke leiding, met toestemming en volgens de aanwijzingen van een instructeur, als men niet:
a) de basistheorie volledig beheerst.
b) de nodige praktische ervaring heeft opgedaan met het desbetreffende wapen.
c) de veiligheidsregels door en door kent.
Artikel 3, VERBOD VAN SCHIETEN ONDER INVLOED .
1. Het is verboden te schieten wanneer men alcohol en/of een andere stof die de aandacht en/of het verantwoordelijkheidsbesef vermindert tot zich heeft genomen.
Artikel 4, DE BAANCOMMANDANT.
1. De baancommandant heeft de leiding van het schieten.
2. Zijn gezag strekt zich niet alleen uit over de eigenlijke schietbaan, maar ook over de gehele omgeving, voor zover met de schietbaan in open verbinding staande.
3. Hij dient tijdens het schieten onvoorwaardelijk gehoorzaamd te worden. Discussies over bevelen en beslissingen van de baankomman dant mogen pas gehouden worden na afloop van het schieten.
4. Bij het ontbreken van een baankommandant wordt er niet geschoten.
Artikel 5, ONDERHOUD VAN WAPENS EN MUNITIE.
1) Wapens en munitie moeten in goede staat gehouden worden.
2) Het bestuur ziet hier op toe.
Artikel 6, VERANTWOORDING VOOR WAPENS EN MUNITIE.
1. Degeen die wapens of munitie in gebruik heeft, is te allen tijde, ook buiten de oefeningen en wedstrijden, verantwoordelijk daarvoor.
Artikel 7, DE VEILIGHEIDSREGELS.
1. De veiligheidsregels zijn:
a) Behandel ieder schietwapen alsof het geladen is;
b) Richt nooit op voorwerpen die niet als doel zijn aangewezen.
c) Richt nooit op personen.
d) Als wapens onverpakt worden vervoerd tussen de balie en de schietstand, dan is de grendel/slede/trommel geopend. Is een wapen voorzien van een magazijn, dan wordt dit los van het wapen vervoerd.
e) Het wapen wordt geladen en ontladen op de schietstand.
f) Wapens worden niet onbeheerd achtergelaten op de schietstand.
g) Het bij zich dragen en tonen van wapens in de kantine is niet toegestaan.
h) Indien na het overhalen van de trekker het schot niet afgaat, spreken we van een weigeraar. Omdat het gevaar bestaat dat de patroon alsnog afgaat, houden we het wapen gedurende 30 seconden gericht op de kogelvanger. Hierna kan de patroon uit het wapen worden verwijderd.
i) Men mag alleen de vinger op de trekker houden, als het wapen op de kogelvanger gericht is.
j) Indien een wapen onverpakt wordt vervoerd van de schietstand naar de balie, dan wordt het wapen eerst gecontroleerd door de baancommandant.
Artikel 8, IN BEWARING GEVEN VAN WAPENS.
1. Iedere verlofhouder geeft bij binnenkomst zijn/haar wapen bij de balie in bewaring. Bij het verlaten van het pand wordt het wapen aan de eigenaar(es) teruggeven.
2. De koffer/ het foudraal is voorzien van de naam van de eigenaar.
Artikel 9, PUBLIKATIE VAN DE REGELS.
1. Door de zorg van het bestuur worden de veiligheidsregels voor het gebruik van schietwapens op een duidelijk zichtbare plaats in het voor recreatie bestemde gedeelte van het verenigingslokaal en op de schietbaan opgehangen.
Artikel 10, BAANREGELS.
a) Op de schietstand bevindt zich alleen de schutter. Jeugdleden A en introducees worden vergezeld door een instructeur.
b) Er mogen alleen toeschouwers op de baan komen met toestemming van de balie en baankommandant. Zij blijven achter de op de vloer aangegeven markeringslijn en mogen de schutters niet hinderen.
c) Na afloop van het schieten, zorgt de schutter ervoor dat het schietpunt er weer netjes uitziet. o.a. worden de lege hulzen opgeruimd.
d) Indien een schutter in een bepaalde situatie niet weet hoe te handelen, wordt de baancommandant gewaarschuwd.
e) Op de baan heerst rust. Dit in zoverre je over rust kan spreken op een schietbaan. In geen geval worden medeschutters gehinderd.
f) Jeugdleden A, introducees en aspirantleden mogen alleen met klein kaliber wapens schieten. Uitgezonderd zijn aspirantleden die in het bezit zijn van een verlof.
g) Op dinsdag en vrijdag wordt er alleen op door de verenigng verstrekte competitiekaarten geschoten.
h) Eten, drinken, roken en open vuur is op de baan verboden.
i) Het dragen van gehoorbescherming is verplicht.
j) Het dragen van een veiligheidsbril op de baan en schietperron is verplicht.
k) Het betreden van de baan gebeurt op eigen risico.
Artikel 11, DIVERSEN.
Bij afzonderlijk reglement kunnen aanvullende regels gesteld worden.