1 Definities
1.1 Toegestane luchtwapens
1.2 Toegestane richtmiddelen
Noot: Onder “passief” wordt verstaan dat het richthulpmiddel geen gebruik mag maken van lichtprojectie op het doel, zoals “laser sights”. Ook valt afzonderlijke apparatuur voor het meten van de afstand van schotlijn tot doel anders dan de op een wapen gemonteerde richtkijker niet onder de definitie, en dergelijke apparatuur is derhalve niet toegestaan.
1.3 Toegestane munitie
Iedere luchtgeweer-pellet die in zijn geheel gemaakt is van lood, zink, of een legering van minstens een van voornoemde materialen, mag worden gebruikt.
1.4 Wedstrijdleiding
De wedstrijd-deelnemers dienen te allen tijde de instructies van de Hoofdscheidsrechter en de assistent-scheidsrechters op te volgen.
2 Klassen
In een wedstrijd, georganiseerd onder auspiciën van het NFTI, worden de volgende klassen erkend:
2.1 Nationaal open klasse
Alle lucht- en gasdrukbuksen zoals omschreven in 1.1, met alle richtmiddelen zoals omschreven in 1.2
2.2 Nationaal veerdrukklasse
Alle buksen die vallen onder het in 1.1 bepaalde, en die werken met een veer-of gasdruk-aangedreven zuiger, met een maximale mondingsenergie tot maximaal 20 voetpond (26 Joule)
2.3 Internationaal open klasse
2.4 Indeling in klassen
Het staat een deelnemer vrij om met zijn of haar buks deel te nemen aan een hogere klasse dan waaronder de buks valt.
De wedstrijdleiding heeft het recht om voor, tijdens of na de wedstrijd te bepalen of een geweer in overeenstemming is met de klasse waarin het geweer wordt gebruikt. Het testen van de mondingsenergie met behulp van de daarvoor beschikbare middelen kan daar deel van uitmaken.Wanneer geconstateerd wordt dat een geweer niet in overeenstemming is met de klasse waarin de deelnemer heeft geschoten, gaat de wedstrijdleiding over tot diskwalificatie.
De deelnemer heeft het recht om, voorafgaand aan de wedstrijd, het geweer aan de wedstrijdleiding ter keuring aan te bieden. Dit sluit echter de mogelijkheid van het testen tijdens of na de wedstrijd niet uit, wanneer de wedstrijdleiding daartoe aanleiding ziet.
3 Het wedstrijdterrein
3.1 Algemeen
Een wedstrijdterrein bestaat uit een aantal schietlanen en een inschietbaan.
3.2 Omvang van de wedstrijd
Het wedstrijdterrein voor onder auspiciën van de NFTA georganiseerde wedstrijden bestaat uit niet minder dan 6 lanen en niet meer dan 20 lanen. Het minimum aantal doelen bedraagt 25. De lengte van de baan (de afstand van schietlijn tot raakvlak) bedraagt niet minder dan 8 meter en niet meer dan 50 meter.
Alle lanen dienen te zijn genummerd op een zodanige wijze dat misverstanden zijn uitgesloten.3.3 De laan
Een laan bestaat uit een schietlijn, van waarachter geschoten dient te worden, en een afgescheiden ruimte met daarin een of meer doelen.
3.4 De schietlijn
De schietlijn dient bij iedere laan duidelijk te zijn aangegeven.
3.5 Het doel
Het doel is van het type “fall when hit”. Het raakvlak is rond, en van een kleur die contrasteert met de kleur van het doeloppervlak. Het doeloppervlak dient een donkere tint te hebben; het raakvlak is wit of geel.
| Noot: De kleur rood dient te worden vermeden, omdat kleurenblinde schutters rood als een donkere kleur zien. |
3.6 De inschietbaan
De inschietbaan biedt de deelnemers gelegenheid om de richtmiddelen in te regelen. Op de inschietbaan dienen, vanaf 25 tot 45 meter, op tussenafstanden van 10 meter zogenaamde “inschietdoelen” te staan. Een inschietdoel bestaat uit een papieren of kartonnen doel op een frame of in een kogelvanger, van zodanige afmeting dat het in overeenstemming is met de afstand waarop het inschietdoel zich bevindt.
Tevens is het aan te bevelen om op andere afstanden (10, 15, 20, 30, 40) meter zogenaamde “spinners” te plaatsen.
De inschietbaan dient minimaal aan 4 schutters tegelijk ruimte te verschaffen, zodat alle deelnemers de tijd hebben om hun richtmiddelen goed op nul te stellen.
4 Het schieten
4.1 Schiethoudingen
Op een laan of schot waarvoor geen schiethouding is voorgeschreven, is iedere schiethouding toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Voor de ondersteuning van het lichaam mag geen gebruik worden gemaakt van andere middelen dan het aardoppervlak.
| Noot: Met andere woorden, men mag op de grond staan, zitten of liggen. Maar tegen een natuurlijke of kunstmatige verticale steun, zoals een boom, een auto of een kantoorgebouw leunen, of een statief meenemen en daar met het lichaam of het geweer op of tegenaan hangen zal leiden tot minimaal het noteren van een misser tot aan diskwalificatie. |
Het aantal staande schoten in een wedstrijd zal niet groter zijn dan 10% van het totaal aantal schoten.
Het aantal geknielde schoten in een wedstrijd zal niet groter zijn dan 10% van het totaal aantal schoten.
De liggende en zittende schiethouding worden niet gebruikt als een “voorgeschreven” schiethouding, wat niet inhoudt dat ze niet zijn toegestaan voor een schot waarvoor geen houding is voorgeschreven.
Liggende schiethouding: Het geweer en de steun-arm (de arm die de voorzijde van de kolf ondersteunt), vanaf de onderarm tot en met de vingers, mogen niet worden ondersteund door kunstmatige of natuurlijke ondersteuning.
Knielende schiethouding: Er zijn slechts drie contactpunten met de grond: twee voeten en een knie. De achterste voet is recht achter het been. Het geweer komt niet in contact met de knie. Een zitkussen mag worden gebruikt onder de achterste voet of de knie.
Staande schiethouding: staand, zonder enige vorm van ondersteuning van lichaam of geweer.
4.2 Hulpmiddelen
| Noot: Gemeten met de schutter zittend op het zitkussen, dus in “gecomprimeerde” conditie. De maatvoering staat nog ter discussie. De maatvoring van 75 mm (rond 3 inch) is afkomstig uit de BFTA-regels d.d. 1998, maar de gangbare zitzak lijkt hoger. De AAFTA-regels spreken over een maximale hoogte van 6 inch (ca. 16 cm). |
5 De wedstrijd
5.1 Schietvolgorde van de lanen en doelen
De lanen dienen in de genummerde volgorde te worden geschoten. Op een laan met meerdere ongenummerde doelen is de volgorde van dichtbij naar veraf.
In het geval dat een doel wordt geraakt dat uit volgorde is, zal de score voor dat doel worden genoteerd als een misser, en de schutter zal doorgaan naar de eerstvolgende.
Op elk doel mag slechts één keer worden geschoten. Het aantal schoten per laan mag nooit groter zijn dan het aantal doelen in die laan, met uitzondering van het bepaalde in 5.5 of 6.2.
5.2 Score
Ieder raak schot – een schot dat leidt tot het vallen van het klapdoel — zal worden geteld als een punt; iedere misser zal worden geteld als nul. Een raak schot zal worden toegekend wanneer het doel valt. Iedere beweging van de doelplaat die NIET resulteert in het vallen van het doel of het raakvlak, zal worden genoteerd als een misser.
Een raak schot zal op de scorekaart worden genoteerd als een X, een misser zal worden genoteerd als een O.
5.3 Dispuut over scores
In het geval er over het al of niet scoren van een doel een discussie ontstaat, zal deze discussie worden gevoerd voordat het squad de schietlijn verlaat, en de discussie zal indien nodig worden gedelegeerd aan de wedstrijdleiding. De beslissing van de wedstrijdleiding is definitief. Wanneer een doel defect blijkt te zijn, zal het, naar beoordeling van de wedstrijdleiding, worden gerepareerd of vervangen en opnieuw worden geschoten, OF het doel zal uit de wedstrijd worden verwijderd, waarna alle reeds geloste schoten op dit doel niet meer meetellen in het wedstrijdresultaat; hetzij door alle deelnemers een score op dit doel toe te kennen, hetzij door het doel uit de uitslag te verwijderen.
5.4 Tijdslimiet
Voor een wedstrijd kan per laan een tijdslimiet worden vastgesteld. De limiet is een vastgestelde limiet, vermenigvuldigd met het aantal doelen op een laan. De tijd zal per laan doorlopend zijn, en de tijd start op het moment dat op die laan door de richtkijker wordt gekeken, en eindigt op het moment dat alle doelen geschoten zijn.
Wanneer de tijd verstreken is, worden de nog resterende doelen op die baan als gemist genoteerd.
Voor een wedstrijd waarvoor geen tijdslimiet is vastgesteld, kan de Hoofdscheidsrechter, in het geval van een excessief trage deelnemer, alsnog een tijdslimiet instellen, zulks ter beoordeling van de Hoofdscheidsrechter.
5.5 Een geweer “dumpen”
Wanneer om een of andere reden een gespannen en geladen geweer niet kan worden gebruikt om een schot op doel te lossen (bijvoorbeeld omdat de pellet beschadigd is, of wanneer er een probleem is met het geweer), kan, na toestemming van de andere leden van het squad, of van de wedstrijdleiding, het schot worden “gedumpt”. Het dumpen van een schot bestaat uit het leegschieten van het geweer op een veilige plek in de grond, niet verder weg van de vuurlijn dan maximaal 5 meter.
5.6 Mechanische problemen
Wanneer een deelnemer een probleem heeft met zijn/haar geweer, kan, in overleg met de wedstrijdleiding, de schietlijn worden verlaten om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren om de wedstrijd te kunnen voortzetten. De reparatie dient van dien aard te zijn dat redelijkerwijs mag worden verondersteld dat met het wapen weer veilig aan de wedstrijd kan worden deelgenomen; zulks ter beoordeling van de wedstrijdleiding.
Het op de inschietbaan of op enig ander punt middels “inschieten” opnieuw nulstellen van de richtmiddelen behoort niet tot de toegestane reparatiewerkzaamheden!| noot: Dit kan best in sommige omstandigheden oneerlijk zijn, maar anders kan je erop wachten dat op een zeker moment iemand, die even door zijn eigen stomme rotschuld zijn nul is kwijtgeraakt, zijn geweer laat vallen, het dan gaat repareren en vervolgens aanspraak maakt op de mogelijkheid tot nulstelling. Wanneer het echt evident is dat het volkomen buiten de schuld van de deelnemer is, bijvoorbeeld als ik “per ongeluk” op Guido z’n geweer ga zitten omdat hij voorstaat, kan de hoofdscheidsrechter, zich beroepend op artikel 1.4.3, alsnog besluiten dat Guido wel mag inschieten. |
Wanneer een reparatie zoveel tijd neemt dat de wedstrijdvoortgang in zijn geheel in gevaar komt, ook wanneer de deelnemer uit de normale volgorde wordt gehaald, kan de hoofdscheidsrechter besluiten om de deelnemer uit de wedstrijd te nemen.
5.7 Het tussentijds verlaten van de schietlaan
Een deelnemer kan tijdens de wedstrijd, wanneer hij gedurende korte tijd de schietlijn dient te verlaten (bijvoorbeeld voor toiletbezoek), hiervoor toestemming vragen aan de wedstrijdleiding.
Wanneer deze toestemming wordt verleend, dient de deelnemer zijn geweer bij de wedstrijdleiding achter te laten.
6 Veiligheid
6.1 Algemeen
Elke deelnemer of toeschouwer dient zich bij zijn of haar gedrag te houden aan de algemene veiligheidsmaatregelen en het “gezond verstand”, ook indien zich een situatie voordoet waarin door de reglementen niet wordt voorzien.
De wedstrijdleiding is verantwoordelijk voor de veiligheid. Alle maatregelen en aanwijzingen van de wedstrijdleiding in verband met de veiligheid, alsmede alle aanwijzingen hieronder, dienen zonder discussie en strikt te worden opgevolgd. Wanneer een deelnemer hier geen gevolg aan geeft, of een der regels in het gestelde onder 5. overtreedt, heeft de wedstrijdleiding het recht om over te gaan tot diskwalificatie en verwijdering van de baan, waarna het bestuur van de organiserende vereniging of de NFTA zich het recht voorbehoudt verdere acties te nemen.
6.2 De “Staakt het Vuren”-situatie
Zolang als een “staakt het vuren”-situatie duurt, mag onder geen voorwaarde een geweer worden opgenomen!
Wanneer door de wedstrijdleiding de baan weer wordt vrijgegeven, wordt dit aangegeven door twee korte signalen.
| Noot: Hiermee houden we ons aan de internationale richtlijn, hetgeen voorkomt dat de Britten het niet snappen |
6.3 Gedrag op de schietlijn
Onder geen enkele omstandigheid mag een geweer worden geschouderd, of anderszins door de richtkijker worden gekeken, gespannen of geladen worden anders dan aan de schietlijn, en dan nog alleen wanneer de schutter op de schietpositie is, of op de inschietbaan.