(deel 1 van 5)
“E Svizzeri sono armatissimi e liberissimi”
(‘De Zwitsers zijn uiterst bewapend, en uiterst vrij’)
Niccolò Machiavelli Il Principe Cap…000/mac09.htm?p (31 views)[/url]
Tussen democratie en recht op burgerlijk wapenbezit bestaat een diep verband. In iedere staat berusten de wapens bij de soeverein. In een dictatuur worden de burgers ontwapend en onder politiecontrole geplaatst. In een democratie berust de gewapende macht in principe bij de burgers, want zij zijn de soeverein van de natie. Democratie berust op de overtuiging, dat burgers in staat zijn tot verantwoord maatschappelijk gedrag, ook inzake omgang met wapens. Voorstanders van particratie of dictatuur koesteren daarentegen een principieel wantrouwen tegenover Jan Modaal. Zij geloven dat enkel een kleine minderheid – waaronder zijzelf – tot moreel en rationeel handelen in staat is, en dat de modale mens zo handig en listig mogelijk onder controle van die weldenkende minderheid moet worden geplaatst. Wie meer de burgers vertrouwt, zal gemakkelijker zowel democratie als veralgemeend wapenbezit aanvaarden. Wie daarentegen twijfelt aan het gezond verstand en de verantwoordelijkheidszin van de modale burger, zal sneller democratie en veralgemeend wapenbezit verwerpen.
Zwitserland is terzake een interessant voorbeeld. Dit land heeft een zeer aanzienlijke democratische voorsprong op de rest van Europa, en de Zwitserse burgers zijn dan ook, in tegenstelling tot de Belgische, behoorlijk bewapend. Het land heeft slechts een klein geregeld leger, maar kan op 24 uur een volksmilitie van ongeveer 400.000 man mobiliseren. In 465.000 gezinnen worden thuis militaire wapens bewaard. Gedemobiliseerde soldaten hebben nog eens 350.000 wapens thuis, die gebruikt worden bij schietoefeningen die tijdens de zomer in de meeste steden en dorpen plaatsvinden. Daarnaast bezitten de Zwitserse burgers nog een half miljoen nietmilitaire vuurwapens. Rond burgerlijk wapenbezit bestaat geen taboe. Zo is in Zürich het jaarlijkse ‘Knabenschiessen’, een evenement waar tieners de gelegenheid krijgen om hun handigheid in het gebruik van vuurwapens te demonstreren, uitgegroeid tot een toeristische attractie. De traditie is al ruim 500 jaar oud.
http://www.knabenschiessen.ch/ (57 views)
http://www.nraila.org/
arti…de=Detail&ID=51 (21 views)
http://rivendell.fortunecity.com/pe…/bio/RKBA03.htm (16 views)
Volgens het politiek-correcte canon leidt veralgemeend wapenbezit tot veralgemeende moord en doodslag. Zwitserland zou bijgevolg, gezien de ruime vertrouwdheid van de Zwitsers met vuurwapens, een hoogst onveilig land moeten zijn. Dat is echter niet het geval. In Zwitserland gebeuren bijvoorbeeld significant minder moorden dan in België. In 1997, 1998 en 1999 vonden per 100.000 inwoners 145, 218 en 172 moorden plaats in België, en 87, 76 resp.89 in Zwitserland. Blijkbaar impliceert een ruime verspreiding van vuurwapens onder de burgerbevolking helemaal niet, dat de samenleving als zodanig onveilig wordt.
Daarentegen impliceert een bewapende burgerbevolking wél, dat de democratie en de nationale soevereiniteit beter worden beschut. Stephen Halbrook schreef een interessant boek over de achtergronden van de Zwitserse neutraliteit tijdens de tweede wereldoorlog (“Target Switzerland. Swiss armed neutrality in World War II” NY: Da Capo Press, 199 . Het is een weinig besproken, maar merkwaardig feit dat de nazi’s het nooit hebben gewaagd om Zwitserland binnen te vallen. Plannen en redenen waren er nochtans genoeg, en aanleidingen ook (de Zwitsers hebben tijdens de tweede wereldoorlog bijvoorbeeld een aantal Duitse vliegtuigen neergeschoten, die hun luchtruim hadden geschonden). De hoofdreden voor de omzichtigheid van het naziregime blijkt de hoge weerbaarheid van de Alpenstaat te zijn. Bij de ‘Anschluß’ van Oostenrijk bij Duitsland in 1938 verklaarde het Zwitserse parlement dat de Zwitsers hun land zouden verdedigen tot de laatste druppel bloed. Toen in 1940 Denemarken en Noorwegen werden bezet, lanceerde de federale regering het ordewoord om een eventuele invasie aggressief te beantwoorden, iedere vermeende oproep tot overgave te negeren en weerstand te bieden tot het einde. Overgave was dus onmogelijk. Toen Duitsland de lage landen binnenviel, veinzde het ook een aanval op Zwitserland. Troepenbewegingen richting grens vonden overdag plaats; ‘s nachts werden die weer teruggetrokken. Op die manier geloofden zowel de Zwitsers als de Fransen dat een grote legermacht was samengetrokken bij de grens. Tot een echte invasie kwam het echter niet.
Nadat Frankrijk was bezet, bereidden de nazi’s de verovering van Zwitserland voor. De Zwitserse hadden 850.000 man, een vijfde van hun bevolking, onder de wapens. De invasieplannen werden in 1941 uitgesteld, om alle krachten op de Sovjet-Unie te kunnen concentreren. In 1944 werd opnieuw een invasie voorzien, maar ook toen werden de plannen uiteindelijk afgeblazen.
Het kleine Zwitserland bleek voor de nazi’s tijdens de hele oorlog een egel, waarvan men maar beter de handen afhield.
Zwitserland was het enige Europese land dat, ondanks zijn geringe omvang, succesvol de nazi’s afschrikte. Halbrook geeft twee redenen: “In World War II, the Swiss had defenses no other country had. Let’s begin with the rifle in every home combined with the Alpine terrain. When the German Kaiser asked in 1912 what the quarter of a million Swiss militiamen would do if invaded by a half million german soldiers, a Swiss replied: shoot twice and go home. Switserland also had a decentralized, direct democracy which could not be surrendered to a foreign enemy by a political elite. Some governments surrendered to Hitler without resistance based on the decision of a king or dictator; this was institutionally impossible in Switzerland. ” (‘Tijdens WO II beschikten de Zwitsers over een uitzonderlijke defensie. Ieder huis had zijn geweer, wat moet gecombineerd worden met het bergachtig terrein. Toen de Duitse keizer in 1912 vroeg wat een kwart miljoen Zwitsers konden doen tegen een invasie van een half miljoen Duitse soldaten, antwoordde een Zwitser: ‘twee keer schieten en naar huis gaan’. Zwitserland had ook een gedecentraliseerde directe democratie die niet door een politieke elite kon worden overgegeven aan een buitenlandse vijand. Bepaalde regeringen gaven hun land zonder weerstand over aan Hitler, op bevel van een koning of dictator. Zoiets was in Zwitserland grondwettelijk onmogelijk.”).
www.stephenhalbrook.com/tsspeech.html (16 views)
Volgens Halbrook is het dus het Zwitsers systeem van daadwerkelijke volksoevereiniteit, van democratie en burgerlijk wapenbezit, dat de Alpenstaat buiten de oorlog heeft gehouden. Overigens is de historische band tussen recht op individuele wapendracht en democratie zeer oud. Dit wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de Zwitserse Landsgemeinde, de jaarlijkse wetgevende burgervergaderingen die nog steeds functioneren in twee kleine kantons, namelijk Glarus en Appenzell Innerrhoden. Op deze bijeenkomsten (begin mei in Glarus, laatste zondag van april in Appenzell) komen enkele duizenden stemgerechtigde burgers bijeen op een plein, om de hoogste ambtenaren aan te duiden, de kantonnale belastingen vast te stellen en de belangrijkste wetten en investeringswerken goed of af te keuren. De burgers krijgen een tijd voor de Landsgemeinde het ‘Memorial’ bezorgd, dat is een uitvoerige dagorde van de vergadering, waarop de nodige informatie over alle te beslissen punten staat vermeld. Naast de gewone Landsgemeinde kunnen ook bijzondere Landsgemeinde samengeroepen worden. In Glarus kan dat bijvoorbeeld, indien 2.000 burgers hierom vragen. De Zwitserse bewoners van het kanton kunnen vanaf 18 jaar aan de Landsgemeinde deelnemen. Welnu, in Appenzell gold tot 1991 het degen als enig toegangsbewijs tot de Landsgemeinde. Het degen, vaak een soort familieerfstuk, gold als bewijs dat men een vrije en soevereine burger was (sinds 1991 kan men ook de stemkaart meebrengen). Tijdens de openingsstoet van de Landsgemeinde lopen de volksmilities voorop, gevolgd door de Landsammann (de leider van de volksvergadering), die het opgeheven ‘Landsschwert’ (landszwaard) van het kanton aan de menigte toont.
www.ai.ch/_d/politik/Landsgemeinde.shtml (11 views)
www.appenzell.ch/kultur/landsgemeinde.htm (8 views)
www.glarusnet.ch/lg2003/ (7 views)
http://www.glarusnet.ch/lg2000/pdf/memorial.pdf (7 views)
__________________
The way men live is so far removed from the way they ought to live, that anyone who abandons what is for what should be pursues his downfall rather than his preservation (Macchiavelli)
In een democratie berust de gewapende macht bij de soevereine en weerbare burgers. Indien de wapens bij de burgers berusten, hebben kandidaat-tirannen geen directe mogelijkheid om de democratische rechten af te schaffen.
Het tweede amendement in de Bill of Rights van de USA is blijkbaar ingevoerd om de soevereiniteit van de burgers te vrijwaren. Hierbij werden de verdediging van de staat en van de individuele burger vaak in één adem genoemd. In de grondwet van Connecticut (181 luidde het: “Every citizen has a right to bear arms in defense of himself and the state” (‘iedere burger heeft het recht wapens te dragen om zichzelf en de staat te beschermen’);of in Pennsylvenia (1790): “The right of the citizens to bear arms in defence of themselves and the State shall not be questioned” (‘Het recht van de burgers om ter verdediging van henzelf en de staat wapens te dragen, zal niet in vraag gesteld worden’). Er heerste bij de Amerikaanse revolutionairen een diep wantrouwen tegenover het beroepsleger. Als alternatief zagen zij de oprichting van volksmilities (‘militia’) waarbij in principe alle weerbare mannen waren aangesloten. Zo stipuleerde de grondwet van Virginia (1776) “..that a well regulated militia, composed of the body of the people, trained to arms, is the proper, natural and safe defense of a free state” (‘..dat een goed geregelde militie, die het grootste deel van het volk omvat, getraind in wapengebruik, de natuurlijke en veilige verdediging vormt van een vrije staat’). Het achterliggende idee is blijkbaar, dat de vrije samenleving berust op het soevereine en weerbare individu, en dat die weerbaarheid zowel een individuele als een maatschappelijke dimensie heeft. Dit idee wordt weerspiegeld in de tekst van het tweede amendement, die als volgt luidt: “A well regulated Militia being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear Arms shall not be infringed” (‘Vermits een goed geregelde militie nodig is voor de beveiliging van de vrije staat, mag niet geraakt worden aan het recht van de burgers om wapens te bezitten en te dragen’).
wwwl.law.ucla.edu/~volokh/2amteach/sources.htm
De grondleggers van de USA hadden een levendig bewustzijn voor het feit, dat vrijheid weer verloren kan gaan, en dat zij alleen met inspanning kan behouden blijven. Bekend is het woord van Benjamin Franklin: “They that can give up essential liberty to obtain a little temporary safety deserve neither liberty nor safety” (‘Diegenen die bereid zijn een essentiële vrijheid op te geven om een beperkte tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid’; Historical Review of Pennsylvania. 1759). Dezelfde gedachte wordt uitgedrukt door Daniël Webster :"God grants liberty only to those who love it, and are always ready to guard and defend it." (‘God verleent vrijheid enkel aan diegenen die de vrijheid beminnen, en voortdurend klaar staan om ze te bewaken en te verdedigen’ ; Toespraak van June 3, 1834).
http://www.bartleby.com/100/ (9 views)
De stichters van de USA beseften ook, dat de staatsmacht altijd in handen kan komen van kandidaattirannen, en daarom het zwaartepunt van de gewapende macht de facto bij de burgers moest berusten. Zo schreef James Madison (in The Federalist No.46) dat een poging tot machtsovername door een regeringsleger op het verzet zou stuiten van “..a militia amounting to near half a million of citizens with arms in their hands” (‘..een bewapende volksmilitie van bijna een half miljoen burgers’). Het besef dat het algemeen wapenbezit een garantie vormde tegen een machtsgreep door de regering leefde algemeen. Zo schreef genoemde Noah Webster (uitgever van het bekende woordenboek): “The supreme power in America cannot enforce unjust laws by the sword, because the whole body of the people are armed, and constitute a force superior to any band of regular troops that can be, on any pretence, raised in the United States” (‘De hoogste Amerikaanse staatsmacht kan geen onrechtmatige wetten gewapenderhand opleggen, omdat het hele volk is bewapend en een macht vormt die sterker is dan iedere geregelde wapenmacht die onder welk voorwendsel ook in de Verenigde Staten op de been kan worden gebracht’ – An Examination of The Leading Principles of the Federal Constitution, Philadelphia, 1787).
In de twintigste eeuw vond een sluipende aanval plaats tegen het tweede amendement. De algemene politiek-correcte opvatting ging luiden, dat het tweede amendement ‘verouderd’ was. De bekende columnist George Will gaf de algemene politiek-correcte opinie weer toen hij schreef “Whatever right the Second Amendment protects is not as important as it was 200 years ago” (‘Welk recht het tweede amendement ook beschermt, is nu niet meer zo belangrijk als 200 jaar geleden’; ‘Right to bear arms out of date’, Seattle Post-Intelligencer 21 03 91, p.A15). In het politiek-correcte discours wordt vaak verwezen naar de maatschappelijke verbrokkeling om vrijheden terug te schroeven. Zo zei de Amerikaanse president Clinton in verband met wapenbezit het volgende: “..when we got organized as a country and we wrote a fairly radical Constitution with a radical Bill of Rights, giving a radical amount of individual freedom to Americans, it was assumed that the Americans who had that freedom would use it responsibly (…) But it assumed that people would basically be raised in coherent familis, in coherent communities, and they would work for the common good, as well for the individual welfare. What’s happened in America today is, too many people live in areas where there’s no family structure, no community structure, and no work structure. And so a lot of people say there’s too much personal freedom. When personal freedom’s being abused, you have to move to limit it” (‘…toen dit land ontstond, met zijn tamelijk radicale grondwet en tamelijk radicale ‘Bill of Rights’ – die de burgers radicale vrijheid toestonden – was het uitgangspunt dat de Amerikanen die vrijheden ook met verantwoordelijkheidszin zouden gebruiken (…) Dat impliceerde echter dat mensen zouden opgroeien in coherente families, en zowel het collectieve welzijn als de eigen welvaart zouden bevorderen. Heden ten dage leven vele mensen in ons land op plaatsen zonder familiebanden, zonder gemeenschapsbanden, en zonder werk. Velen zeggen bijgevolg dat er teveel vrijheid is. Indien persoonlijke vrijheid wordt misbruikt, moet ze worden beperkt’; US Newswire, 19 04 94; geciteerd in: R.Poe “The seven myths of gun control” NY:Random House 2001, p.258-259). Men vindt in het globalistische discours vaak beide elementen samen terug: misprijzen voor instellingen als gezin en natie, en tegelijk verwijzing naar de verbrokkeling van die instellingen, om vrijheden af te schaffen.
De laatste jaren heeft de oorspronkelijke visie op het Tweede Amendement weer veel terrein veroverd. Belangrijk was de zaak ‘United States v. Emerson’, waarin de Fifth Circuit Court of Appeals bevestigde dat het amendement “…protects the right of individuals, including those not then actually a member of any militia or engaged in active military service or training, to privately possess and bear their own firearms” (‘..het recht beschermt van individuen, ook van diegenen die niet deel uitmaken van een militie of betrokken zijn bij actieve militaire dienst of training, om ten privaten titel vuurwapens te bezitten en te dragen’) . Dit recht kan wel ingeperkt wanneer ernstige aanwijzingen bestaan dat de vuurwapendracht een gevaar voor de omgeving kan opleveren. Zo kunnen zwakzinnigheid of een veroordeling wegens geweldpleging een reden vormen, om iemand de vuurwapendracht te ontzeggen. Maar de grondveronderstelling achter het tweede amendement luidt, dat de mondige burger, tot bewijs van het tegendeel, bekwaam is om vuurwapens te bezitten en te dragen, en dit algemeen recht op wapendracht een belangrijke bescherming vormt van de publieke vrijheden tegen pogingen tot usurpatie van de staatsmacht.
Omgekeerd kunnen we de vuurwapenkwestie ook gebruiken, om na te gaan of de modale mensen inderdaad het vertrouwen waard zijn. Wat gebeurt er, wanneer meer mensen over vuurwapens beschikken, en deze mogen meedragen op straat?
De Verenigde Staten zijn ongetwijfeld het meest geschikte laboratorium, om terzake inzichten te verzamelen. Niet alleen is vrije wapendracht in vele deelstaten toegestaan, en is het recht op wapenbezit in de Grondwet ingeschreven. Bovendien is tijdens de laatste twintig jaar de mogelijkheid tot wapenbezit aanzienlijk veralgemeend. Dank zij het werk van John Lott (“More Guns, Less Crime. Understanding crime and gun control laws” Chicago: University of Chicago Press 1998, 2000) beschikken we ook over een vrij nauwkeurig beeld omtrent het effect, dat veralgemeend wapenbezit heeft inzake misdaad.
Het spreekt vanzelf dat de machtsverhouding tussen een misdadiger en zijn slachtoffer drastisch wijzigt, wanneer laatstgenoemde over een vuurwapen beschikt. In de overgrote meerderheid van de gevallen (98%) gebruikt het potentiële slachtoffer het vuurwapen niet effectief, en is de louter dreiging voldoende om de geplande misdaad te doen mislukken (p.3). Niemand weet precies hoeveel keer op een jaar dit gebeurt. In staten waar vuurwapenbezit aan banden is gelegd, zullen mensen die met hun wapen een aanvaller hebben verdreven, dit niet aan de politie gaan melden. Maar uit diverse enquêtes mag benaderend worden besloten, dat in de USA ongeveer 3,6 miljoen keer per jaar op defensieve wijze vuurwapens worden gebruikt (p.11). Misdadigers zeggen over het algemeen, dat ze veel bevreesder zijn voor bewapende slachtoffers dan voor de politie (p.5). Vuurwapenbezit verhoogt de veiligheid van de bezitter. Een ongewapende vrouw die overvallen wordt, loopt 4 x meer kans op ernstige verwondingen indien ze zich verzet. Maar indien ze gewapend is, wordt haar kans op ernstige verwondingen 2,5 x kleiner indien ze zich met haar wapen verzet (voor mannen gaat het effect in dezelfde richting, maar met kleinere verschillen – p.4). Afschrikking werkt daadwerkelijk. Verhoogde pakkans en strengere straffen halen wel degelijk de misdaadcijfers naar omlaag. Men kan dus hetzelfde verwachten voor wat wapenbezit door de burgers betreft.
Het wapenbezit is in de USA tijdens de laatste 15 jaar aanzienlijk gestegen. Voor 1985 waren er acht staten waarin ‘nondiscretionary concealedhandgun laws’ bestonden. Zo’n wetten geven iedere burger, die aan enkele objectieve criteria beantwoordt, het recht om een vergunning tot de verborgen dracht van handwapens te bekomen. De voorwaarden zijn meestal de volgende: een blanco crimineel strafblad, meerderjarigheid, en betaling voor de vergunning. In bepaalde staten komen daar andere eisen bij, zoals de afwezigheid van geestesziekte, of de eis tot enige opleiding inzake het wapengebruik. In twee staten, Vermont en Idaho, is zelfs geen vergunning nodig, al geldt ook daar wapenverbod voor veroordeelde criminelen. Momenteel gelden zo’n wetten in 31 staten (p.43). In deze staten liggen de cijfers inzake gewelddadige criminaliteit 81% lager dan in de andere staten, waar de burgers moeilijker aan wapens geraken (p.47). Staten die verborgen wapendracht door burgers verbieden, kennen verhoudingsgewijs 127% meer moorden dan de staten met de vrije wapendrachtregeling (p.47).
De resultaten van Lott kunnen als volgt worden samengevat:
1. Het veralgemeend wapenbezit heeft een belangrijk afschrikkingseffect op allerhande vormen van misdaad. “The evidence clearly indicates that right-to-carry laws are always associated with reductions in violent crime” (‘De gegevens tonen duidelijk aan dat het recht op wapendracht altijd samengaat met een afname van de gewelddadige misdaad’; p.189). Indien onder de burgers één procent meer een vuurwapen bezit, daalt het aantal moorden met 3,3%, het aantal inbraken met 1,6%, het aantal berovingen met 4,3% en het aantal autodiefstallen met 3,2%. De totale besparing inzake schade voor de slachtoffers, kan geraamd worden op 3,1 miljard dollar. Of anders gezegd: ieder extra vuurwapen dat door een burger wordt gedragen, levert voor de slachtoffers een besparing op tussen de drieduizend en de vijfduizend dollar (p.114). In de diverse deelstaten, waar op uiteenlopende momenten wetten werden ingevoerd die verborgen wapendracht toelieten, ziet men consistent de criminaliteit afnemen vanaf het ogenblik dat de wet wordt ingevoerd: “…violentcrime rates were rising consistently before the right-to-carry laws and falling thereafter. The change in these before-and-after trends was always extremely significant – at least at the 0.1 percent level (…) For each additional year that the laws were in effect, murders fell by an additional 1.5 percent, while rape, robbery, and aggraved assaults all fell by about 3 percent each year” (‘…de cijfers voor gewelddadige criminaliteit namen consistent toe vooraleer de vrije wapendracht werd ingevoerd, en daalden na de invoering. Het verschil in beide trends bleek steeds zeer significant – boven het 0,1% niveau (…) Voor ieder extra jaar dat verliep sinds de wet werd ingevoerd, nam het aantal moorden af met 1,5%, terwijl de cijfers voor verkrachting, beroving en aanranding met 3% per jaar verminderden’; p.170). Indien het aantal burgers dat verborgen wapens draagt met 1 % toeneemt, leidt dit (in de aanvangsfase) tot een vermindering van ongeveer 4 % van het aantal moorden, een vermindering van 7% van het aantal verkrachtingen, of een vermindering van 10% van het aantal inbraken (p.178; uiteraard kan men deze cijfers niet onbeperkt extrapoleren).
2. De bewering dat criminelen sneller vuurwapens zullen gebruiken, indien de kans groter is dat hun slachtoffers vuurwapens bezitten, wordt door de feiten absoluut niet bevestigd.
3. Verborgen wapendracht door de burgers is, in termen van gemaakte kosten, de meest efficiënte manier om de misdaad terug te dringen. Langere gevangenisstraffen, grotere pakkans of meer sociale interventies leveren voor dezelfde investering minder verbetering op van de misdaadcijfers.
4. Er zijn geen statistische aanwijzingen dat meer wettig vuurwapenbezit leidt tot meer ongelukken met vuurwapens. Evenmin zijn er aanwijzingen voor een significante beïnvloeding van het aantal zelfmoorden (p.110-113).
5. Het afschrikkingseffect komt iedereen ten goede, maar vooral diegenen die grotere kans maken op slachtofferschap: “..those who are relatively weaker physically (women and the elderly) and those who are most likely to be crime victims (blacks and those living in urban areas) tend to benefit the most from the passage of right-to-carry laws” (‘…diegenen die fysiek zwakker zijn (vrouwen, ouderen) of meer kans lopen op slachtofferschap (zwarten, stadsbewoners), hebben het meeste voordeel bij de invoering van het recht op wapendracht’; p.183-184).
6. De invoering van het recht of verborgen wapendracht blijkt een bijzonder efficiënt middel te zijn om ‘multiple-victim public shooting’ af te schrikken, zoals die bijvoorbeeld in enkele scholen zijn voorgekomen: “When different states passed right-to-carry laws during the nineteen years we studied, the number of multiplevitim public shootings declined by a whopping 84 percent. Deaths from all these shootings plummeted by 90 percent, and injuries by 82 percent (…) The very few attacks that still occur in states after enactment of right-to-carry laws tend to occur in particular places where concealed handguns are forbidden, such as schools” ( ‘Wanneer de staten tijdens negentienjarige periode die wij bestudeerden het recht op wapendracht invoerden, nam het aantal publieke schietpartijen met meerdere slachtoffers af met niet minder dan 84%. Het aantal doden bij die schietpartijen verminderde met 90% en het aantal gewonden met 82% (…) De zeldzame aanvallen die nog plaatsvonden in deze staten deden zich doorgaans voor op precies die plaatsen waar verborgen wapendracht verboden was, zoals bijvoorbeeld op scholen’; p.196).
Lott geeft interessante voorbeelden van de extreem partijdige berichtgeving in de pers, als het over het gevaar en het nut van wapenbezit gaat. In de USA bezitten ongeveer 80 miljoen mensen in totaal tussen de 200 en de 240 miljoen vuurwapens. In 1996 stierven 42 kinderen door ongevallen met vuurwapens (p.23 . Dat cijfer is vergelijkbaar met het aantal kinderen dat tijdens ditzelfde jaar verdronken in bad (80) of in kleine badkuipjes (40). Maar toch krijgen kinderen die sterven door ongevallen met vuurwapens in de pers onvergelijkbaar meer aandacht dan kinderen die sterven door verdrinking in een bad of badkuipje. In 1997-98 vonden in totaal vijf schietpartijen in scholen plaats. Twee daarvan konden worden gestopt voordat de politie kwam, door mensen die legale wapens bezaten. Lott ontdekte dat de pers dit feit systematisch verzweeg. “…the October 1997 shooting spree at a high school in Pearl, Mississippi (…) was stopped by Joel Myrick, an assistant principal. He retrieved his permitted concealed handgun from his car and physically immobilized the shooter for about five minutes before police arrived (…) A Lexis-Nexis search indicates that 687 articles appeared in the first month after the attack. Only 19 stories mentioned Myrick in any way. Only a little more than half of these mentioned he used a gun to stop the attack (…) The school-related shooting in Edinboro, Pennsylvania (…) was stopped only after James Strand, the owner of a nearby restaurant, pointed a shortgun at the shooter when he was finishing reloading his gun. The police did not arrive until eleven minutes later. At least 596 news stories discussed this crime during the next month, yet only 35 mentioned Strand. Once again, the media ignored that a gun was used to stop the crime. The New York Daily News explained that Strand ‘persuaded (the killer) to surrender’ (…) Saying that Strand ‘persuaded’ the attacker makes it sound as if Strand were simply an effective speaker” (‘…de schietpartij in oktober 1997 in een middelbare school in Pearl, Mississippi (…) werd gestopt door onderdirecteur Joel Myrick. Hij haalde zijn vergunde vuurwapen uit zijn auto en immobiliseerde de schutter gedurende ongeveer vijf minuten, tot de politie eraan kwam (…) Een zoekactie via Lexis-Nexis toont aan dat in de maand daarop 687 artikelen aan het incident waren gewijd. Slechts 19 van deze berichten maakten melding van Myrick. En slechts iets meer dan de helft hiervan vermeldden ook dat Myrick de aanval met een vuurwapen stopte (…) Een andere schietpartij in schoolverband, in Edinboro, Pennsylvania (…) werd beëindigd nadat James Strand, de eigenaar van een nabijgelegen restaurant, een vuurwapen richtte op de schutter toen die zijn eigen wapen had herladen. De politie kwam slechts elf minuten later ter plekke. In de maand daarop werden 596 nieuwsberichten aan het voorval gewijd, maar slechts 35 maakten melding van Strand. Opnieuw verzwegen de media dat de misdaad met een vuurwapen werd gestopt. De New York Daily News meldde dat Strand de doder ‘overtuigde om zich over te geven’ (…) Beweren dat Strand de aanvaller ‘overtuigde’ wekt de indruk dat Strand gewoon een spreker was met veel overredingskracht’; p.236-237).
Lott werd ook geconfronteerd met de volstrekt verzonnen, maar in de pers eindeloos opnieuw herhaalde bewering dat zijn onderzoek op één of andere manier door de wapenindustrie zou zijn gefinancierd. Hij kreeg ook talrijke fysieke bedreigingen, met inbegrip van een dreigbrief bevestigd aan zijn voordeur (p.204). Terwijl zijn eigen werk in de pers routinematig ‘controversieel’ werd genoemd (een veel voorkomende techniek: men creëert zonder rationele grond een zogezegde ‘controverse’ rond een onderzoek of een persoon, waarna dat onderzoek of die persoon met het denigrerende label ‘controversieel’ kan worden bedacht) verspreidt de pers ongefundeerde beweringen van ‘Handgun Control’ (een lobbygroep tegen vrije wapendracht) zonder enige terughoudendheid (p.204).
De zaak Bellesiles
Totaal anders was het lot van een ander boek , “Arming America. The origins of a national gun culture”, dat in 2000 verscheen. Volgens auteur Michael Bellesiles was er ten tijde van de Amerikaanse revolutie helemaal geen traditie van vrije wapendracht in de USA. De meeste Amerikanen zouden in de 16de, 17de en 18de eeuw helemaal geen vuurwapens hebben gehad, en wie er toch een had bewaarde het niet thuis, maar in een gecentraliseerde opslagplaats. Volgens Bellesiles waren vuurwapens trouwens te duur voor de meeste mensen. De auteur stelde dat pas in de 19de eeuw het vuurwapenbezit algemener werd, en dat aansluitend daarop de mythe ontstond van de gewapende en vrijheidslievende Amerikaanse pionier.
Het boek van Bellesiles verscheen juist in de periode dat de discussie over de betekenis van het tweede Amendement zijn hoogtepunt bereikte. De implicaties voor de interpretatie van het tweede amendement waren duidelijk: indien de Amerikanen ten tijde van de revolutie nauwelijks vuurwapens bezaten, is het erg onwaarschijnlijk dat het tweede amendement de bescherming van het recht op individueel wapenbezit beoogde. Het werk werd dan ook volop geciteerd en toegejuichd door de voorstanders van ‘gun control’. “Arming America” kreeg diverse hemelhoogjuichende besprekingen. De ‘Economist’ publiceerde een lang en positief artikel voordat het boek op de markt was (‘Arms and the man’ Economist 03 07 99, p.17). “Bellesiles has dispersed the darkness that covered the gun’s early history in America. He provides overwhelming evidence that our view of the gun is a deep superstition as any that affected Native Americans in the 17th century” schreef Garry Wills in de New York Times (‘Bellesiles heeft de duisternis verdreven rond de vroege geschiedenis van het vuurwapen in Amerika. Hij levert het verpletterend bewijs dat onze kijk op die geschiedenis al even bijgelovig is als de opvattingen betreffende de Indianen in de 17de eeuw’; in:‘Spiking the gun myth’, NYT 10 09 00, p.3). Prof. Fred Anderson prees op de voorpagina van de Los Angeles Times de ‘intellectual rigor’ (‘intellectuele precisie’) en ‘thorough scholarship’ (‘allesdoordringende intellectuele bekwaamheid’) van Bellesiles, en bestempelde het boek als een “..brief against the myths that align freedom with the gun” (‘een gezaghebbend betoog tegen de mythe volgens dewelke vrijheid en wapenbezit samengaan’; in: ‘Guns, rights and people’, LAT, 17 09 00, p.1). De ‘New York Times Book Review’ publiceerde eveneens een lang en prijzend artikel (‘In love with guns’, NYRB, 19 10 00, p.30).
Bellesiles werd ook bekroond omwille van zijn baanbrekend werk. Het oorspronkelijk artikel (‘The origin of gun culture in the United States, 1760-1865’, Journal of American History, 425ff., 1996) kreeg in 1997 van de ‘Organization of American Historians’ de ‘Binkley Stephenson Award’. “Arming America” kreeg ook de ‘Bancroft Prijs’ van Columbia University (de meest prestigieuze prijs voor Amerikaanse geschiedenis).
http://www.oah.org/activities/award…on/winners.html (4 views)
Aanvankelijk waren omtrent “Arming America” enkel vanuit de vuurwapenlobby en vanuit conservatieve hoek dissidente stemmen te horen. Maar weldra doken historici op die de centrale stellingen van het boek één voor één onderuit haalden. Nee, het was niet waar dat in de 17de en 18de eeuw slechts weinig Amerikanen vuurwapens bezaten. Nee, het was onjuist dat die vuurwapens op centrale plaatsen werden opgeslagen. Nee, vuurwapens waren niet onbetaalbaar duur. Geschiedkundigen ontdekten dat Bellesiles onbestaande bronnen citeerde, of voor bepaalde beweringen verwees naar bronnen die het omgekeerde leerden van wat hij schreef. Andere beweringen van Bellesiles bleken om simpele mathematische redenen onmogelijk. James Lindgren geeft een goed overzicht van de reeks ongelofelijke vervalsingen en vertekeningen (“Fall from Grace: ‘Arming America’ and the Bellesiles Scandal’ Yale Law Journal 26 04 02, p.2195-2249).
http://www.instapundit.com/lawrev/Lindgren.pdf (8 views)
Zoals Linda Gorman opmerkte in de ‘Denver Post’ (‘Do libraries need lie detectors’, 21 0’ 02) hoort “Arming America” thuis in het lange rijtje van politiek-correcte leugen-boeken, op gelijke voet met bijvoorbeeld ‘I, Rigoberta Mench’ (waarin ‘mensenrechtenactivist’ Mench, die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg en talloze eredoctoraten opstapelde, een grotendeels verzonnen autobiografie presenteert), ‘City of Quartz’ (waarin Mike Davis een nepverhaal serveert over de uitdrijving van minderheden uit Los Angeles; niettemin verplichte lectuur of aangewezen referentiewerk in de geschiedenisopleiding aan diverse Amerikaanse universiteiten) of ‘Fragments’ (volkomen verzonnen holocaustherinneringen van Binjamin Wilkomirski, door vrijwel alle zogenaamde autoriteiten op dit domein voor authentiek verklaard en onder de prijzen bedolven). Gorman merkte op dat het valse boek van Bellesiles in meer bibliotheken te vinden was dan het boek van Lott. De “Arming America”-episode leert ons nogmaals, dat opperste argwaan geboden is wanneer zo’n politiek-correcte theses via de pers worden gepromoot, en dat we ook geen blind vertrouwen mogen schenken aan academische instanties die zulke theses publiek steunen en onderschrijven. Er zijn wel degelijk heel wat academici te vinden die bereid zijn om in, in dienst van de politiek-correcte ideologie, de gekste stellingen met hun gezag te ondersteunen. De enige weg die overblijft is die van zelfstandig en zorgvuldig doornemen van de aangevoerde argumenten en tegenargumenten.
De globalistische ideologie streeft naar totale onderwerping van het individu aan de almachtige staat. De ontwapening van de burgers is een onderdeel van dit streven. De globalisten deinzen niet terug voor de dure prijs, die individuele mensen moeten betalen voor die ontwapening. Geen enkel boek illustreert dit wellicht duidelijker dan het recente boek van Joyce Malcolm “Guns and violence: the English experience” (Harvard UP, 2002). Malcolm heeft een zeer uitputtende studie gemaakt over de evolutie van wapenbezit en criminaliteit in Engeland sinds de Middeleeuwen. Blijkt dat de misdaad van de Middeleeuwen tot de 19de eeuw voortdurend afnam. Tijdens dezelfde periode hadden de burgers ook steeds ruimere mogelijkheden, om zich voor hun persoonlijke verdediging van vuurwapens te voorzien. In de 19de eeuw werden weinig moorden gepleegd, terwijl het vuurwapenbezit zeer algemeen was. Een zeer belangrijk historisch moment was de invoering van de ‘Bill of Rights’ in 1689, die aan de meeste Engelsen het formele recht verleende “…to have arms for their defence” (‘…om wapens te dragen voor hun verdediging’). Het veralgemeend recht op individuele wapendracht had tegen de 18de eeuw in Engeland stevig wortel geschoten. In de loop van de 20ste eeuw, en vooral tijdens de laatste vijftig jaar, werd dit recht weer afgebroken, en schoten de misdaadcijfers weer omhoog. De afbraak van het recht op vrije wapendracht, dat in de 19de eeuw volledig intact was, gebeurde op een sluipende manier. Na de invoering van de ‘Firearms Act’ in 1920 vaardigde het Home Office instructies uit aan de politie, om de verlening van wapenvergunningen zoveel mogelijk te beperken. In 1937 luidde zo’n instructie: “As a general rule applications to possess firearms for house or personal protection should be discouraged on the grounds that firearms cannot be regarded as a suitable means of protection and may be a source of danger” (‘In algemene regel moet de aanvraag voor vuurwapenvergunningen ter bescherming van een woning of een persoon worden ontmoedigd, want vuurwapens zijn geen geschikt middel voor verdediging en zij kunnen gevaarlijk zijn’; p. 171). Tot 1989 bleven de teksten van deze richtlijnen echter geheim, zodat het publiek niets afwist van deze campagne tegen vuurwapendracht. Malcolm noteert: “There was no public debate or consultation at any stage in the implementation of this Home Office policy, which (…) effectively removed the 1689 right of Englishmen to have arms for their defence” (‘Op geen enkel moment was er bij de implementatie van deze politiek van het Home Office, die in feite het in 1689 geöfficialiseerde recht op defensieve wapendracht van de Engelsen afschafte, enig openbaar debat of enige raadpleging van het publiek’; p.172). Een klassiek voorbeeld van het feit, dat de machthebbers steeds weer pogen om de rechten van de burgers af te breken, en dat gebrek aan waakzaamheid op dit vlak zich steeds wreekt. Na de tweede wereldoorlog werden in GrootBrittannië nog enkele beperkende wetten goedgekeurd, die nadien door de rechtbanken ook extreem strikt werden geïnterpreteerd, met als gevolg dat vrijwel iedere poging om zich tegen misdadigers te verzetten strafbaar is geworden. Uit het relaas van Malcolm blijkt, dat meer op het spel staat dan louter ontwapening. De globalistische staat ontneemt de burgers ook ieder recht op zelfverdediging. Een Engelse boer, Tony Martin, kreeg levenslang omdat hij een nachtelijke inbreker doodschoot en een tweede verwondde. Martin woonde alleen en in zijn boerderij was reeds herhaaldelijk ingebroken. Toen het vonnis werd voorgelezen, begon de familie van de inbreker vanop de publieke tribune te juichen. In beroep werd het vonnis ‘gemilderd’ tot 15 jaar celstraf, niet omdat de straf te zwaar werd gevonden maar omdat Martin verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn (p.213-215). De 56-jarige Eric Butler werd op de Londense metro door twee boeven overvallen, die zijn hoofd tegen de deur van het metrostel sloegen en zijn keel dichtknepen. Butler kon zich redden door een van de aanvallers te verwonden met een mes, dat in zijn wandelstok zat verborgen. Het slachtoffer werd veroordeeld wegens onwettige wapendracht (p.184). Zelfs een oude dame, die een groep overvallers kon verdrijven met een speelgoedpistool, werd hiervoor gearresteerd. Hetzelfde gebeurde met een man, die met een speelgoedrevolver twee inbrekers in bedwang hield tot de politie kwam (p.184). De globalistische ideologie streeft in alle opzichten naar maximale onmacht voor de individuele burger. Burgers mogen niet alleen geen wapens dragen die de machtspositie van de staat in gevaar kunnen brengen. Ze moeten zich zelfs voor hun individuele bescherming volledig overleveren aan diezelfde staat, hoewel die staat volstrekt onbekwaam is om die bescherming te verzekeren. De prijs die de gemeenschap moet betalen is zeer hoog: meer moorden, meer criminaliteit, meer economisch verlies voor de nietcriminele burgers. De politiek-correcte klasse vindt die prijs niet te hoog, en voert een voortdurend ideologisch offensief om de situatie van volstrekte individuele machteloosheid, en volledige afhankelijkheid van de staatsmacht, als de ‘normale’ toestand voor te stellen.
Besluit
Het een oude wijsheid, dat democratie en burgerlijk wapenbezit samenhoren. Aristoteles formuleerde de essentiële principes reeds in zijn “Politeia”: “Oligarchieën of dictaturen (…) wantrouwen allebei het volk, en ontwapenen daarom het volk” (boek 5,X); “…diegenen die de wapens hebben kunnen altijd het lot van de staat bepalen” (boek 7,IX). In een regime waarin het volk de staat bestuurt met het oog op het algemeen belang, geldt volgens Aristoteles het wapenbezit als het definiërend kenmerk van de burger: “De burgers zijn diegenen die wapens dragen” (boek 3, VII)
http://uspoliticsonline.com/philoso…olitics-89.html (6 views)
Deze opvattingen van Aristoteles werden geloofd door John Adams, de tweede president van de USA, in zijn geschrift “Defense of the Constitutions of Government of the United States” , waar hij de historicus Nedham citeert:“ ‘As Aristotle tells us, in his fourth book of Politics, the Grecian states ever has special care to place the use and exercise of arms in the people, because the commonwealth is theirs who hold the arms: the sword and sovereignity walk hand in hand together’. This is perfectly just” (‘Zoals Aristoteles schrijft in het vierde boek van zijn ‘Politeia’ , vertrouwden de Griekse staten wapengebruik en wapenoefening zorgvuldig toe aan het volk, omdat het gemenebest berust in de handen van diegenen die de wapens dragen: het zwaard en de soevereiniteit gaan hand in hand’. Dat is volledig terecht’). In hetzelfde geschrift stelt Adams trouwens ook, dat de burgers gerechtigd zijn om de wapens ook voor zelfverdediging in te zetten.
De Zwitserse en Engelse ervaringen en de analyse van de Amerikaanse misdaadcijfers door Lott tonen aan, dat de door Aristoteles en de Amerikaanse founding fathers gehuldigde stellingen inzake burgerlijk wapenbezit realistisch zijn, werkbaar, door en door democratisch – en wellicht daarom ook zo controversieel. Een tweede amendement wordt best ook in Europa ingevoerd.
Het artikel in de Witte Werf over het tweede amendement is van mijn hand. De belangrijkste bronnen (boeken) zijn in de tekst zelf vermeld. Een aantal links kunnen inmiddels vervallen zijn. De belangrijkste link is:
http://www1.law.ucla.edu/~volokh/2amteach/sources.htm (16 views) (1 views)
Ik heb mij in praktische zin nooit met vuurwapens beziggehouden. Ik schreef mijn artikel nadat ik, argwanend geworden door het gepreek uit politiek-correcte hoek tegen wapendracht door soevereine burgers, een literatuuronderzoek deed omtrent de achtergronden van het 2de amendement.
mvg
Jos Verhulst